Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! LISA! Viajes de idiomas
Una selección de las
mejores escuelas del mundo

TEST 80: español - neerlandés
Waar - geeft - geen - geld - hemel - hou - iedere - koken - kwart - spelen - verkeerde - verlopen - vijftien - voor - warm -

1. Sabe cocinar bien > ze kan goed
2. Cambiar dinero > wisselen
3. Me gusta el golf / el tenis / el esquí. > Ik van golf / tennis / skiën.
4. Se ha equivocado de calle. > U bent de straat in gereden.
5. Tengo calor > ik heb het
6. ¿Dónde hay un almacén grande? > is er een warenhuis?
7. Un cielo despejado > een heldere
8. Una mesa para ... personas, por favor. > Een tafel ... personen graag.
9. No hace daño > dat niets / dat kan geen kwaad
10. No tengo tiempo > ik heb tijd
11. Tocar el violín > viool
12. Son las dos y cuarto > het is over twee
13. Trece, catorce, quince, dieciséis, diecisiete, dieciocho. > Dertien, veertien, , zestien, zeventien, achttien.
14. Es posible desayunar por las mañanas? > Kan ik morgen ontbijt krijgen?
15. Este pasaporte ha caducado / expirado. > Dit paspoort is .
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: