Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! LISA! Viajes de idiomas
Una selección de las
mejores escuelas del mundo

TEST 67: español - neerlandés
Hebt - aardig - alleen - benzinepomp - dag - dertig - kanten - net - ongeveer - oosten - oud - uitnodigen - verwarming - wanneer - zulke -

1. (Él) acaba de irse > hij is weggegaan
2. La calefacción no funciona. > De doet het niet.
3. Mi abuelo es viejo pero saludable. > Mijn grootvader is maar gezond.
4. Siga aproximadamente un kilómetro más. > Rijdt u een kilometer door.
5. ¿Dónde puedo encontrar una gasolinera? > Waar kan ik een vinden?
6. ¿Hasta cuándo? > Tot wanneer? / Voor ?
7. ¿Le molesta si fumo? > U er iets tegen dat ik rook?
8. En el este / En el oriente > in het
9. En todos lados > naar alle
10. Completamente solo > helemaal
11. Gracias por este día tan agradable. > Hartelijk dank voor een erg fijne .
12. Treinta metros de ancho > meter breed
13. Eres muy amable > dat is van je
14. Ese tipo de gente > mensen
15. Quisiera invitarle a salir una noche. > Ik zou U graag een avond willen om ergens heen te gaan.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: