Language schools: Get 7% off!
LISA! Viajes de idiomas
Una selección de las
mejores escuelas del mundo
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 62: español - neerlandés
bewegen - daarom - dan - hier - hoogste - loopt - naam - regende - rondleiding - springen - tiende - verlenen - vers - week - zonder -
1. Ya es hora >
het is de
tijd
2. Tiene más edad de la que aparenta. >
Zij is ouder
ze eruit ziet.
3. ¡Ven aquí! >
Kom
!
4. Sin distinción >
onderscheid
5. ¿Cómo se llaman los niños? >
Wat is de
van de kinderen?
6. Tirarse al agua >
in het water
7. El décimo. El undécimo. El duodécimo. >
De
. De elfde. De twaalfde.
8. El reloj tiene cinco minutos de atraso >
de klok
vijf minuten achter
9. Llueve, por eso no pudimos salir. >
Het
, daarom konden wij niet naar buiten gaan.
10. Un recorrido por la ciudad >
een rondrit door de stad / een
door de stad
11. No se mueva. >
Niet
.
12. Por esta razón / Por éso >
13. Aproximadamente una semana >
ongeveer een
14. Quiero fruta fresca. >
Ik wil graag wat
fruit.
15. Ayudar / Prestar ayuda a >
hulp
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: