Language schools: Get 7% off!
LISA! Viajes de idiomas
Una selección de las
mejores escuelas del mundo
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 53: español - neerlandés
Hebt - Moet - Waar - bellen - dochter - groot - hoop - komend - middag - stad - succes - tegen - vakantie - vandaag - vraag -
1. Tan grande como >
zo
als
2. Tener éxito >
hebben / slagen
3. ¿Dónde puedo comprar sellos? >
kan ik postzegels kopen?
4. ¿Qué día es hoy? / ¿A cuántos estamos hoy? >
De hoeveelste is het
?
5. ¿Tengo que pagar adelantado por el cuarto? >
ik de kamer vooruit betalen?
6. ¿Tiene cigarrillos sin filtro? >
U sigaretten zonder filter?
7. El año que viene >
jaar / volgend jaar
8. Al precio de ... >
voor de prijs van /
de prijs van ...
9. No se, si ella tiene un hijo o una hija. >
Ik weet niet of zij een zoon of een
heeft.
10. Toda la ciudad >
de hele
11. Por favor, pídame un taxi. >
Kunt u voor mij een taxi
?
12. Irse de vacaciones >
op
gaan
13. Eso te pregunto / Te lo pregunto a tí >
dat
ik jou
14. Espero que volvamos a vernos. >
Ik
dat we elkaar weerzien.
15. Este mediodía >
vanmiddag / tussen de
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: