Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 65: português - neerlandês
Beste - Betaalt - bezoeken - dansen - hoed - horloge - klok - leren - nogal - spijt - stad - vijftien - wagen - willen - zou -

1. o meu relógio está atrasado > mijn loopt achter
2. Paga já ou depois? > u nu of later?
3. Vamos visitar-te amanhã / (Bras.:) Te visitamos. > Wij zullen je morgen .
4. Dança? > Wilt U ?
5. bastante > tamelijk veel / veel
6. Veja no relógio que horas são! > Kijk op de hoe laat het is!
7. Sinto muito, mas não temos quartos livres. > Het me, wij hebben geen kamer vrij.
8. toda a cidade > de hele
9. aprender alemão > Duits
10. usar um chapéu > een dragen
11. estão quinze graus abaixo de zero > het is graden onder nul
12. estacionar o seu carro > zijn auto parkeren / zijn parkeren
13. eu gostaria de saber > ik zou graag weten / ik vraag me af
14. Eu queria comprar uma camisa. > Ik graag een overhemd willen kopen.
15. Querido senhor X! / Caro Senhor X! > Waarde X! / meneer X, / Geachte heer X,
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: