TEST 3: Nederlands - Hongaars

Drag the word to the blank!
alakít - alkalmat - csúcson - csendben - foglalkozik - gólt - hatása - igaz - kívülről - nap - napos - szerint - társaságban - telefon - tud -

1. naar eer en geweten > a legjobb tudás és lelkiismeret
2. dat kan wel waar zijn > ez lehet (egyezik)
3. Wat voor dag is het vandaag? > Milyen van ma?
4. de kans / de gelegenheid voorbij laten gaan > elmulaszt
5. een doelpunt maken > egy
6. effect hebben > van
7. zich met iets bezig houden > vmivel
8. hij kan voor zichzelf zorgen / hij weet raad > magán segíteni
9. Wij werken met een levertijd van acht dagen. > 8 szállítási idővel számolunk.
10. uit het hoofd leren > megtanul
11. in goed gezelschap >
12. vormen > / formáz
13. op de eerste plaats staan / bovenaan staan > a áll
14. Is er telefoon op de kamer? > Van a szobákban ?
15. stiekem / heimelijk / stilletjes > / titokban

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!