TEST 73: Nederlands - Hongaars

Drag the word to the blank!
óra - Egy - Helyes - Mennyibe - Valami - balról - beszéljen - gyújt - minden - néha - nap - nyugodt - utazik - valaki - van -

1. van links naar rechts > jobbra
2. de bus nemen > busszal
3. een ander / iemand anders > egy másik / más
4. het vuur aansteken / een vuur aanmaken > tüzet
5. Hier inspreken alstublieft! > Kérem itt (ide) !
6. hij kan elk moment hier zijn / hij kan elk ogenblik hier zijn > pillanatban itt lehet
7. zijn kalmte bewaren > marad / megőrzi nyugalmát
8. Ik wil graag een droge witte wijn. > száraz fehér bort kérnék.
9. Ik wil graag iets lichts eten. > könnyűt ennék.
10. elke dag > minden
11. klokslag twaalf / klokslag twaalf uur / twaalf uur precies > kereken 12
12. Hoeveel kost een postzegel naar ... ? > kerül egy bélyeg -ba?
13. koorts hebben > láza / hőemelkedése
14. nu en dan / zo nu en dan >
15. Juist! / Inderdaad! > ! / Úgy van!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!