Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 92: Nederlands - Spaans
¡Eso - ¿Cuántos - Aproximadamente - Beber - Cada - Decir - año - café - día - eso - habitación - montañas - pocas - pronósticos - trabajador -
1. De sleutel van kamer ... alstublieft. >
Deme la llave de la
..., por favor.
2. de waarheid spreken >
la verdad
3. De weersvooruitzichten zijn goed / slecht. >
Los
del tiempo son buenos / malos.
4. Geboorteplaats en -datum >
Lugar y
de nacimiento
5. niet zelden >
No
veces
6. Winters gaan we vaak naar de bergen. >
En el invierno vamos a menudo a las
.
7. uit een glas drinken >
de un vaso
8. Ik had dat vergeten, daarom ben ik teruggekomen. >
Había olvidado eso, por
vine de regreso.
9. Ik zal hier in dit land een jaar blijven. >
Voy a quedarme un
en este país.
10. vlijtig werken >
Ser
/ Trabajar aplicadamente
11. ongeveer een week >
una semana
12. Hoe oud bent u? >
años tiene usted?
13. koffie bestellen / een kop koffie bestellen >
Pedir un
14. steeds beter >
vez mejor
15. Juist! / Inderdaad! >
¡Exacto! /
es!
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: