TEST 54: Nederlands - Spaans
Drag the word to the blank!
¡Sírvase - Mirar - Recuperado - agradable - camino - con - detenerse - distancia - está - hoja - ilusionado - invitados - parada - sueño - una -
1. Ga je gang! / Gaat uw gang! >
usted mismo!
2. naar de weg vragen >
Preguntar por el
3. Mag ik een stuk taart? >
Deme
porción de tarta, por favor.
4. Hartelijk dank voor een erg fijne dag. >
Gracias por este día tan
.
5. Dat is aan de andere kant van de stad. >
Eso
al otro lado de la ciudad.
6. de trein stopt niet >
El tren no tiene
7. een droom hebben >
Tener un
8. een vel papier >
Una
de papel
9. hersteld >
/ Curado
10. het is verboden te stoppen >
Está prohibido
11. bezoek / gasten hebben >
Tener
/ visita
12. zich op iets verheugen >
Alegrarse con anticipación de una cosa / Estar
con algo
13. uit het raam kijken >
por la ventana
14. ik ben het met u eens >
Estoy de acuerdo
usted
15. op een afstand van >
A una
de
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!