Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 32: Nederlands - Spaans
él - ¿Qué - Allí - Muy - Ninguno - arriba - baño - chino - duro - estacionar - libra - mañana - reserva - tomar - urgente -
1. daar beneden >
abajo
2. Waar kan ik parkeren? >
¿Dónde puedo aparcar /
?
3. Wat moet ik doen? >
debo hacer?
4. geen van beiden >
de los dos
5. een bad nemen >
Tomar un
6. dichtbij >
cerca
7. Zij verstaat Chinees. >
Ella entiende
.
8. Mijn examen is morgen. >
Mi prueba /examen es
.
9. Ik heb een kamer gereserveerd. >
Tengo una
.
10. ik leen het van hem >
Lo tomo prestado de
11. Ik wil graag een droge witte wijn. >
Me gustaría
vino blanco seco.
12. Op de bovenste verdieping. >
En el piso de
.
13. er is haast bij >
Corre prisa / Es
14. precies een pond >
Exactamente una
15. zwaar werk >
Un trabajo
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: