TEST 6: Nederlands - Italiaans

Drag the word to the blank!
Divieto - Posso - Quanto - attraversare - bicchiere - commiato - così - ferie - fuori - libere - mattino - omelette - questa - tempo - uomo -

1. Mag ik iedere dag een bad nemen? > fare il bagno ogni giorno?
2. dat is een andere vraag > è un'altra questione
3. Dat is genoeg, dank u. / Dat is genoeg, dank u wel. > Basta , grazie.
4. de straat oversteken > la strada
5. de volgende morgen > l'indomani mattina / il seguente
6. een glas wijn > un di vino
7. Verboden te parkeren! > di parcheggio!
8. Het was zo mooi! > Era così bello / era bello!
9. Deze man is gewond. > Quest' è ferito.
10. afscheid nemen > prendere
11. Ik zou U graag een avond willen uitnodigen om ergens heen te gaan. > Vorrei invitarLa una sera .
12. Ik zou graag een omelet willen. > Vorrei un'.
13. Hoe is het weer vandaag? > Com'è il oggi?
14. op vakantie zijn > prendere / fare vacanza
15. Is er nog een kamer vrij? > Ha ancora delle camere ?

Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!