TEST 52: Nederlands - Engels

Drag the word to the blank!
Hurry - Shall - Sunday - bad - can - examination - for - glad - love - misunderstand - radio - stay - sweet - swim - year -

1. Maakt u voort! > up!
2. Waar kan ik postzegels kopen? > Where I buy stamps?
3. Hartelijk dank / Bedankt voor uw sollicitatie. > We thank you your application.
4. dat is niet zo erg > it's not as as all that
5. een keer per jaar / een keer in het jaar > once a
6. verkeerd begrijpen > to
7. Het examen was zwaar. > The was tough.
8. zij houden van elkaar / ze houden van elkaar > they each other
9. Ik ben blij dat je kon komen. > I'm so you could come.
10. Ik wil graag een zoete rode wijn. > I would like some red wine.
11. in het hotel overnachten > to at the hotel
12. Doe de radio uit! > Turn off the !
13. door een rivier zwemmen > to across a river
14. morgen is het zondag > tomorrow is
15. Zullen we naar Rome of naar Parijs gaan? > we go to Rome or Paris?

Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!