TEST 51: Nederlands - Engels
Drag the word to the blank!
Farewell - children - coffee - cough - engaged - get - getting - health - into - kilometre - make - thick - travel - wear - wine -
1. Vaarwel! >
!
2. de kamer kijkt uit op de tuin >
the room looks out
the garden / faces the garden
3. Heeft u een ziektekostenverzekering? >
Do you have
insurance?
4. een jas dragen >
to
a coat
5. per boot reizen >
to
by ship
6. Het nummer is in gesprek. >
The number is
/ busy (am.).
7. het wordt koud >
it is
cold
8. zich gereed maken >
to
ready
9. Wij zijn met twee volwassenen en vier kinderen. >
Our party consists of 2 adults and 4
.
10. Rijdt u ongeveer een kilometer door. >
Follow the road for about one
.
11. ik drink liever wijn dan bier >
I would rather have
than beer
12. Ik wil graag even telefoneren. >
I would like to
a phone call.
13. hoesten >
to have a bad
14. op de koffie vragen >
to invite for a cup of
15. drie meter dik >
3 metres
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!