TEST 84: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Flyt - Fyld - børneportioner - end - indløse - komme - livlig - mistet - mønt - nærmeste - sørger - udseende - ufuldstændig - undersøge - vand -

1. Raakt U de gewonde niet aan! > ikke den tilskadekomne!
2. Waar is het dichtstbijzijnde kampeerterrein? > Hvor findes campingplads?
3. daar zorg ik voor / daar zorg ik wel voor > det jeg for
4. van gezicht kennen > kende én af
5. de lol is er voor mij af > jeg har lysten til det
6. De sollicitatiebrief is incompleet. > Ansøgningen er .
7. Hebt u ook kinderporties? > Har De børneanretninger / ?
8. een drukke straat > en gade
9. een slaatje slaan uit / beter worden van / profiteren van > drage nytte af / slå af
10. een zieke onderzoeken > en syg
11. het eten zouten > salt i maden
12. met stromend water > med rindende
13. ik kan niet anders dan > jeg kan ikke andet
14. Ik wil graag een reischeque / traveler's cheque inwisselen. > Jeg vil gerne en rejsecheck.
15. Voltanken met super. > op / tank op med Super.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!