TEST 81: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Deres - bekostning - beslutning - efter - forbudt - fra - gevinst - høj - iskolde - kan - kogt - kort - skal - skinner - stranden -

1. De batterij is niet zelfoplaadbaar. > Batteriet ikke oplades.
2. de maan schijnt > månen
3. een beslissing nemen > træffe en
4. Beoordeel mensen niet op hun uiterlijk. > Døm ikke mennesker deres ydre.
5. vers, rauw, gekookt, gerookt > frisk / rå / / røget
6. verschillen van / zich onderscheiden van > adskille sig
7. Wij hebben schelpen verzameld op het strand. > Vi har samlet muslinger på .
8. Wij zijn het niet eens met uw berekening. > Vi er ikke indforstået med / din beregning.
9. winst opleveren > give udbytte / give
10. Ik hou alleen in de zomer van ijskoude drankjes. > Jeg kan kun lide drinks om sommeren .
11. Ik moet naar Frankrijk voor zaken. > Jeg på forretningsrejse til Frankrig.
12. in hoge mate > i grad
13. op mijn kosten > på min
14. Is er een plattegrond van het metronet? > Findes der et over tunnelbanen?
15. Streng verboden! > Strengt !

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!