TEST 71: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Himlen - Overtrædelse - Sikken - anrette - brug - dårlige - ende - hele - hukommelsen - hvor - indkøbscenter - kartofler - min - månen - vanskeligheder -

1. Waar ligt het grootste winkelcentrum? > Hvor ligger det største ?
2. van buiten / uit het hoofd > efter / udenad
3. van ganser harte / met heel mijn hart > af hjertet
4. Wat een schandaal! > skandale!
5. schade aanrichten > skade
6. de maan schijnt > skinner
7. De nachtelijke hemel is bezaaid met sterren. > er fuld af stjerner.
8. Gehaktballen met gekookte aardappelen. > Frikadeller med kogte .
9. een slechte afloop hebben > få / tage en sørgelig
10. het is mijn schuld > det er skyld
11. Ik heb een nieuwe band nodig. > Jeg har for et nyt hjul.
12. slechte ogen hebben / slecht zien > se dårligt / have øjne
13. in moeilijkheden raken > komme i / få problemer
14. Kunt u mij vertellen, waar het consulaat is? > Kan De / du fortælle mig, konsulatet ligger ?
15. Overtreding wordt gestraft. > straffes efter loven.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!