TEST 69: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Vil - besvimede - foran - fortsættelse - før - holdte - klatre - meget - miste - plastikpose - repareret - stykke - svamp - tage - tværtimod -

1. Schudden voor gebruik! > Rystes brug!
2. De elektricien heeft ons televisietoestel gerepareerd. > Elektrikeren har vores fjernsyn.
3. je hoed opzetten > hatten på
4. Hebt u een plastic tas voor mij? > Kan jeg få en plastikpose? / Må jeg få en ?
5. een berg beklimmen > op på et bjerg
6. een stuk hout > et træ
7. met de spons uitvegen > tørre op med en
8. Wij hadden een feest met oud en nieuw. > Vi en nytårsfest.
9. hij is erg veranderd > han har ændret sig
10. Ik ben flauwgevallen. > Jeg .
11. om het leven komen > livet / dø
12. integendeel >
13. wordt vervolgd > følger
14. Is er parkeergelegenheid voor het hotel? > Kan vi parkere vores bil hotellet?
15. Kunt u mij alstublieft het zout aangeven > De / du være venlig at række mig saltet!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!