TEST 58: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hvordan - Hænderne - engelsk - fat - god - ham - hvis - kilometer - mange - røret - sende - stige - syg - trækker - valg -

1. U mag niet harder dan 50 km/u. > De må ikke overskide 50 .
2. Waar kan ik een tolk vinden? > Hvor kan jeg få i en tolk?
3. Handen thuis! > væk!
4. de hoorn neerleggen / erop leggen > lægge
5. Gelukkig kan je hem vertrouwen. > Man kan heldigvis stole på .
6. een keus maken / een keuze maken > træffe sine
7. een zieke verplegen / een zieke verzorgen > pleje en
8. het tocht hier / hier tocht het > her det
9. net zoveel als > lige så som
10. Hij maakte een vertaling vanuit het Spaans naar het Engels. > Han lavede oversættelsen fra spansk til .
11. Ik wil dit graag per expresse / aangetekend versturen. > Jeg vil det ekspres / anbefalet.
12. als ik me niet vergis / als ik mij niet vergis > jeg ikke tager fejl
13. in goede staat > i stand / velholdt / velbevaret
14. Hoe gaat het met je kiespijn? > går det med din tandpine?
15. op de fiets stappen > på cyklen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!