TEST 54: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Har - Maleriet - brug - går - handskerne - har - holder - mig - mig - nemt - skade - søvne - tager - træffe - tårer -

1. Laat eens kijken! / Wacht eens! / Even denken! > Lad se!
2. dat gaat te ver > det for vidt
3. schade lijden > lide
4. Schudden voor gebruik! > Rystes før !
5. de handschoenen aandoen > tage
6. Hebt U een boekje met de tijden van vertrek en aankomst? > du nogen brochure med afgangs- og ankomsttider?
7. een beslissing nemen > en beslutning
8. het is vlot verlopen > det er gået / let / glat
9. Het schilderij is een meesterwerk. > er et mesterstykke.
10. met tranen in de ogen > med i øjnene
11. zij doet het huishouden voor hem > hun hus for ham / hun er hans husholderske
12. Hij heeft haar aanbevolen voor de baan. > Han anbefalet Dem / dig til jobbet.
13. Ik hoop dat U 't me niet kwalijk neemt. > Jeg håber ikke, du mig det ilde op.
14. in zijn slaap > i
15. Zorg voor een vertaler Spaans-Nederlands. > Skaf en spansk-hollandsk oversætter .

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!