TEST 49: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Ærter - barbermaskine - blive - forhandlinger - fri - føre - hunde - igen - mennesker - omstændigheder - otte - person - slukke - uden - udøve -

1. Wat is de bijdrage per persoon? > Hvor høj er afgiften / gebyret pr. ?
2. acht meter hoog > være meter høj
3. de schade vergoeden / de schade herstellen > gøre skaden god
4. een beroep uitoefenen > et erhverv
5. een gesprek voeren met > en samtale med
6. bepaalde mensen > visse
7. Jij hebt de strijkbout / het strijkijzer aan laten staan. > Du har ikke slukket for strygejernet. / Du har glemt at for strygejernet.
8. Zijn honden toegestaan? / Mag je je hond meenemen? > Må man tage med?
9. Uitrit vrijhouden! > Hold udkørlsen !
10. in onderhandeling gaan > træde i
11. onder deze omstandigheden > under disse
12. Komkommer. Ui. Erwten. Bonen. > Agurk. Log. . Bønner.
13. rood worden > rød
14. Stopcontact voor het scheerapparaat > Stik til !
15. buiten gevaar > for fare

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!