TEST 31: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
bestlling - brænde - efter - falsk - levn - progrem - rigtigt - rummer - siddende - signalet - strømmen - største - tung - venskab - være -

1. U moet blijven zitten! > Bliv !
2. laat wat voor mij over > noget til mig
3. vals zingen > synge
4. van het grootste belang > af vigtighed
5. je neus steeds maar achterna / steeds maar rechtuit > lige næsen
6. De remmen doen het niet goed. / De remmen werken niet goed. > Bremserne fungerer ikke .
7. een programma uitzenden > sende et
8. een zware last dragen > bære en byrde
9. werkeloos zijn > arbejdsløs
10. Wij moeten stroom besparen. > Vi må spare på .
11. zijn vingers branden > sine fingre
12. Op ... heb ik een bestelling bij u gedaan. > Jeg har den ... afgivet en / ordre til Dem.
13. op een teken wachten > afvente tegnet /
14. er is ruimte voor negentig mensen in de zaal > der kan være 90 personer i salen / salen 90 personer
15. vriendschap sluiten met > indgå med

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!