TEST 26: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hvor - Salatblad - Spinat - bekræfter - blandet - få - feber - fejl - føre - ikke - mine - risikabelt - stand - til - ved -

1. Kan ik een extra deken krijgen? > Kan jeg et ekstra tæppe?
2. De batterij is niet zelfoplaadbaar. > Batteriet kan oplades.
3. het huishouden doen > husholdningen
4. Het is tamelijk riskant. / Het is aardig riskant. > Det er temmelig .
5. niet in staat zijn > ikke være i til
6. Wij bevestigen de ontvangst van uw zending. > Vi modtagelsen af Deres forsendelse.
7. Zij had hoge koorts. > Hun havde høj .
8. Mijn bril is kapot. > Jeg har ødelagt briller.
9. als ik me niet vergis / als ik mij niet vergis > hvis jeg ikke tager
10. Als voorafje wil ik graag verschillende voorgerechten. > Først vil jeg gerne have en forret.
11. Hoeveel ben ik u schuldig? > meget skylder jeg?
12. Worteltjes. Bloemkool. Spinazie. Peterselie. > Gulerod. Blomkål. . Persille.
13. op de stoep / langs de straat > vejkanten
14. Kropsla, worteltjes, tomaten, komkommer, selderij. > , gulerødder, tomater, agurk, selleri.
15. Is er nog plaats voor twee tenten? > Har De stadig plads to telte?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!