TEST 25: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Forsigtig - Indgår - fest - forbindelse - gøre - humør - imod - punkt - rindende - satse - sig - sten - stiger - stillingen - stykker -

1. van steen > af
2. Wat is de stand? > Hvad er ?
3. dat zal blijken > det vil vise
4. de prijzen stijgen > priserne
5. een moeilijke kwestie > et svært
6. een uitnodiging aannemen > tage en invitation
7. Denk om het afstapje! > , trin!
8. met stromend water > med vand
9. zich in verbinding stellen met > sætte sig i med
10. Zij hebben met oud en nieuw een feest georganiseerd. > De holdte en nytårsaften.
11. alles op alles zetten / zijn uiterste best doen > alt
12. in een goed humeur zijn / goed gehumeurd zijn > være i godt
13. in stukken vallen / stukgaan / stukvallen / kapot gaan > gå / springe i
14. moeite hebben met > sig umage med
15. Is verwarming in de prijs inbegrepen? > varmen i lejen?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!