TEST 23: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Har - Måske - Sæt - Vær - beregning - billetter - bryde - dig - med - nok - opmærksom - overhovedet - svømmebassinet - uhygiejniske - vil -

1. Gaat U zitten en maakt het U gemakkelijk! > dig ned og gør dig det behageligt!
2. de aandacht vestigen op > gøre
3. De badkamers waren onhygiënisch. > Badeværelserne var .
4. Hebt u iets aan te geven? > De / du noget at fortolde?
5. Gelukkig hadden wij genoeg geld. > Til alt held havde vi penge .
6. Het is beter om kaartjes te reserveren. > Det er bedst at reservere .
7. Wij zijn het niet eens met uw berekening. > Vi er ikke indforstået med Deres / din .
8. zijn woord breken > sit ord
9. Misschien een andere keer. > en anden gang.
10. Ik heb problemen met slikken en ademhalen. > Jeg har problemer at synke og trække vejret.
11. Als voorafje wil ik graag verschillende voorgerechten. > Først jeg gerne have en blandet forret.
12. in geen geval / onder geen beding > under ingen omstændigheder / ikke
13. Hoe lang blijft u in dit land? > Hvor længe har De / du opholdt Dem / i landet?
14. Is het zwembad verwarmd? > Er opvarmet?
15. Kunt u het inpakken? / Wilt u het alstublieft inpakken? > venlig at pakke det ind.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!