TEST 21: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Det - Først - Har - Vend - alvorlig - blik - din - hjørnet - linje - nøglen - selskab - tænde - vedkommer - værre - værste -

1. dat doet niet ter zake > det ikke sagen
2. de hoek omslaan > dreje om
3. de sleutel zit in het slot > sidder i
4. Hebt u een brandblusser? > De / du en ildslukker?
5. een kaars aansteken > et lys
6. een rechte lijn trekken > trække / tegne en lige
7. Des te erger! > desto !
8. het is in je eigen belang > det er i interesse
9. Zie ommezijde! / z.o.z. > venligst!
10. Ik heb geen haast. > haster ikke.
11. Als voorafje wil ik graag verschillende voorgerechten. > vil jeg gerne have en blandet forret.
12. in ernst > talt
13. in goed gezelschap > i godt
14. in het ergste geval > i fald
15. op het eerste gezicht > ved første

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!