TEST 18: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
betaler - hen - holde - likør - lommetørklædet - meget - modet - noget - nyeste - ryste - skal - skære - summen - trække - venlig -

1. daar is niets aan te doen > der er ikke at gøre / det er ikke til at ændre
2. de moed laten zakken / verliezen > tabe
3. De tand moet getrokken worden. > Tanden trækkes ud.
4. Hebt u wijn / likeur? > Har De vin / ?
5. zeer gevaarlijk > farligt
6. een lijn trekken > en linie
7. met een zakdoek wuiven > vinke med
8. het volledige bedrag > hele / hele beløbet
9. bibberen van de kou > citre af kulde / af kulde
10. zich vasthouden aan > fast ved
11. Hij betaalt een aanzienlijk bedrag aan belasting. > Han et betydeligt beløb i skat.
12. hij loopt naar het raam / hij gaat naar het raam > han træder til vinduet
13. Als bijlage zenden wij u onze nieuwste catalogus. > Som bilag sender vi vores katalog.
14. in stukken snijden > i stykker
15. Zoudt u deze kleren willen wassen? > Vær at vaske dette tøj.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!