TEST 16: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Gæt - betyde - det - håret - havde - husholdningen - inddele - køb - mørke - salt - sprog - ubehagelig - undtagelse - ved - visse -

1. Raad eens! > en gang!
2. talen onderwijzen / talen doceren > lære
3. aan de grens > grænsen
4. Wat heeft dit te betekenen? > Hvad skal det ?
5. een goede koop doen > gøre et godt
6. een slechte lucht / een naar luchtje > en lugt
7. bepaalde mensen > mennesker
8. het eten zouten > komme i maden
9. het huishouden doen > føre
10. met uitzondering van > med af
11. Ligt het aan zee? > Ligger ved havet?
12. Wij hadden de coupé voor ons alleen. > Vi kupeen for os selv.
13. bij het invallen van de duisternis > i det frembrydende
14. Ik wil graag mijn haar gewassen hebben. > Jeg vil have vasket.
15. in groepen indelen > i grupper

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!