TEST 14: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
bil - bilag - brug - dagen - ferie - fra - her - kaffe - overraskelse - prisen - spansk - stå - stykker - tandpine - tunnelbanen -

1. daags tevoren > den forgående dag / før
2. Laten we een auto aanhouden. > Lad os praje en .
3. De schakelaar is kapot. > Kontakten er i .
4. Bent u van plan hier permanent te wonen? > Regner De / du med at blive boende ?
5. Wij hebben vakantie gehouden aan de kust. > Vi har holdt ved kysten.
6. Hij maakte een vertaling vanuit het Spaans naar het Engels. > Han lavede oversættelsen fra til engelsk.
7. Zijn benzine en olie inbegrepen in de prijs? > Er benzin og olie inkluderet i ?
8. Wilt U mij waarschuwen wanneer ik moet uitstappen! > Vær rar og sig til, når jeg skal af!
9. uit betrouwbare bron > god kilde
10. Ik heb een luchtbed nodig. > Jeg har for en luftmadras.
11. Ik wil graag een cafeïnevrije koffie. > Jeg vil gerne have koffeinfri .
12. Als bijlage zenden wij u onze nieuwste catalogus. > Som sender vi vores nyeste katalog.
13. Hoe gaat het met je kiespijn? > Hvordan går det med din ?
14. tot mijn verbazing > til min
15. Is er een plattegrond van het metronet? > Findes der et kort over ?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!