TEST 8: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hvormed - bestige - din - forklaring - hastighed - holdte - kan - kendetegn - ligger - min - skabt - skubbe - store - strømmen - tilbringe -

1. Hartelijk bedankt voor Uw gastvrijheid. > Tak for gæstfrihed.
2. Wat is de maximumsnelheid? > Hvad er den højest tilladte ?
3. Wat kan ik voor u doen? / Waarmee kan ik u van dienst zijn? > Kan jeg hjælpe? / kan jeg stå til tjeneste?
4. de berg beklimmen / de berg bestijgen > bjerget
5. de stroom uitschakelen > slukke for
6. de wezenlijke kenmerken > de væsentligste
7. een verklaring afleggen > afgive en
8. het weekend doorbrengen > weekenden
9. Niet duwen! > Lad være med at !
10. Zij hebben met oud en nieuw een feest georganiseerd. > De en fest nytårsaften.
11. hij heeft een meesterwerk geschapen > han har et mesterværk
12. Ik hou alleen in de zomer van ijskoude drankjes. > Jeg kun lide iskolde drinks om sommeren .
13. grote ogen opzetten > gøre øjne
14. Kunt u mij vertellen, waar het consulaat is? > Kan De / du fortælle mig, hvor konsulatet ?
15. Kunt u mijn bagage halen? > Hent venligst bagage.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!