TEST 7: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hold - blive - færgen - hul - imod - linjer - over - rense - skyde - slukke - slå - svært - undertøj - uret - vægt -

1. van belang zijn > tabe i
2. Accepteert u creditcards? > Tager De / du kreditkort? / Kan jeg betale med kreditkort?
3. schoon ondergoed aantrekken > tage rent
4. schrijft u eens een briefje / schrijft u toch een paar regels > skriv et par
5. de motor afzetten > motoren
6. een moeilijke kwestie > et punkt
7. ten prooi vallen / het slachtoffer worden > offer for
8. een steen gooien naar > en sten på
9. Vertrekt de veerboot hier? > Afgår herfra?
10. het horloge staat stil > er gået i stå
11. het telefoonboek raadplegen / opzoeken in het telefoonboek > op i telefonbogen
12. Inrit vrijhouden s.v.p.! > indkørslen fri!
13. boven het gemiddelde > gennemsnittet
14. Er zit een gat in de reserveband. > Reservehjulet er punkteret / Der er i reservehjulet .
15. Kunt u deze kleren stomen? > Vær venlig at dette tøj.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!