TEST 2: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Bedes - Brandfare - beskytte - betingelse - fabrikat - glemt - håndværk - høre - komme - le - lidt - side - sine - tak - tordner -

1. Laat me niet lachen! > Nu må jeg !
2. Pas op, brandgevaar! > Forsigtig, !
3. Nasturen s.v.p.! / Nazenden s.v.p.! > eftersendt!
4. dat is niet zijn sterkste kant > det er ikke min stærke
5. laten komen > lade hente / lade
6. een ambacht leren > lære et
7. een keus maken / een keuze maken > træffe valg
8. een lezing bijwonen > en forlæsning
9. het onweert > det
10. Jij hebt de strijkbout / het strijkijzer aan laten staan. > Du har ikke slukket for strygejernet. / Du har at slukke for strygejernet.
11. Ik zou graag wat varkensvlees willen hebben, alstublieft! > Jeg vil gerne have flæskekød.
12. in bescherming nemen >
13. in dank aanvaarden > modtage med
14. onder één voorwaarde > på en
15. Duits produkt / Duitse makelij / gemaakt in Duitsland > tysk / produkt

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!