TEST 99: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
God - Lyserød - bede - dage - gade - glædelig - håber - maden - posthuset - præcis - skjorte - stykke - syg - sød - tror -

1. U bent de verkeerde straat in gereden. > De er kørt ind i den forkerte .
2. U moet drie dagen bed houden. > Bliv i sengen i tre .
3. de hartelijke groeten doen > én hilse
4. een brief posten > bringe et brev på
5. een hele tijd > et langt tid
6. het eten koken / maken > lave
7. Zij was ziek, dus kwam zij niet. > Hun kom ikke, fordi hun var .
8. ik geloof er geen woord van > jeg ikke et ord af det
9. ik hoop het > jeg det
10. Ik wil graag een zoete rode wijn. > Jeg vil gerne have rødvin.
11. Ik zou graag een overhemd willen kopen. > Jeg vil gerne købe en .
12. op tijd zijn > være
13. Vrolijk Kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar! > En jul og et godt nytår!
14. Vrolijk Pasen! > påske!
15. Bruin. Roze. Paars. Geel. > Brun. . Violet. Gul.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!