TEST 97: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Bliv - Grøn - Kører - bad - bil - dels - fransk - gaden - glad - historie - længere - steg - søndag - tid - uheld -

1. Gaan wij met de trein of met de auto? > Skal vi køre med tog eller ? / Skal vi tage toget eller bilen?
2. gedeeltelijk / ten dele / deels > til
3. een ernstig ongeluk > en alvorlig ulykke / et alvorligt
4. een verhaal vertellen / een verhaaltje vertellen > fortælle en
5. Sinds wanneer? > Siden hvornår? / Hvor lang ?
6. Ik wil graag een eenpersoonskamer met douche. > Jeg vil gerne have et enkeltværelse med .
7. Ik wil graag gebraden vlees met aardappelen. > Jeg vil gerne have med kartofler.
8. Blijf nog een poosje! / Blijf nog even! > Bliv lidt !
9. Blijf nog een poosje! / Blijf nog even! > lidt længere!
10. in het Frans >
11. mogen / houden van > synes om / være for
12. morgen is het zondag > i morgen er det
13. op straat >
14. Zullen we naar Rome of naar Parijs gaan? > vi til Rom eller Paris?
15. Zwart. Rood. Blauw. Groen. Wit. > Sort. Rød. Blå. . Hvid.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!