TEST 95: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Værsgod - give - grader - hedt - herfra - kl - kommer - ledige - man - pakke - tage - tale - var - vil - ønsker -

1. Gaat u zitten! / Neemt u plaats, alstublieft! > Værsgod at plads!
2. Gaat u zitten! / Neemt u plaats, alstublieft! > at tage plads!
3. hard spreken / hard praten > højt
4. Hebt u nog iets nodig? > Har De / du andre ?
5. een voorbeeld geven > et eksempel
6. men zegt > siger / det siges
7. Het is vijf graden onder nul. > Det fryser 5 .
8. het is warm / heet > det er varmt /
9. Het spijt me, wij hebben geen kamer vrij. > Jeg beklager, men vi har ingen værelser.
10. vier kilometer ver / vier kilometer verwijderd > fire kilometer
11. Ik kom zo! > Jeg med det samme!
12. Ik wil graag halfpension. > Jeg gerne have halvpension.
13. om vijf uur 's middags > . 5 om eftermiddagen
14. Opent u dit pakket. > Åbn denne !
15. er was eens > der en gang

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!