TEST 85: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Undskyld - Vær - ark - bjergene - gang - hvor - hyggelig - intersse - kunne - maj - nærheden - siden - syg - venlig - zoo -

1. Pardon! Neem me niet kwalijk. > Det må De / du undskylde / !
2. Hartelijk dank voor een erg fijne dag. > Tak for en meget dag.
3. een vel papier > et papir
4. het is lang geleden > det er lang tid
5. Kijk op de klok hoe laat het is! > Se engang sent det er!
6. eind mei > Slutningen af
7. Winters gaan we vaak naar de bergen. > Vi tager ofte op i om vinteren.
8. Ik ben blij dat je kon komen. > Jeg er så glad for, at du komme.
9. in de buurt van > i af
10. interesse hebben voor / geïnteresseerd zijn in > have i
11. opeens / plotseling > på én
12. ernstig ziek > alvorligt
13. Zullen wij naar de dierentuin of naar het museum gaan? > Skal vi gå i eller på museum?
14. Kunt u mijn schoenen poetsen? > Vær at pudse mine sko.
15. Kunt u mijn schoenen poetsen? > venlig at pudse mine sko.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!