TEST 78: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hvor - Sikke - arbejde - byrundtur - dække - går - købe - ledigt - mig - navn - prøven - regn - regningen - sandt - udlandet -

1. naar het buitenland gaan / naar het buitenland reizen > rejse til
2. hard werken > hårdt
3. Wat interessant! > interessant!
4. Wat is hij groot! > stor han er!
5. dat komt me goed uit > det passer godt
6. Ober, de rekening alstublieft! > Tjener, tak!
7. de tafel dekken > bordet
8. een rondrit door de stad / een rondleiding door de stad >
9. het gaat vast regenen > det bliver sikkert
10. Nietwaar? > Ikke ?
11. Wilt U mij Uw naam en Uw adres geven? > Vær venlig og giv mig dit og adresse!
12. Ik zou graag een overhemd willen kopen. > Jeg vil gerne en skjorte.
13. voor een examen slagen > bestå
14. Er zijn honderd jaren in een eeuw. > Der hundrede år på et sekel.
15. Is er nog een kamer vrij? > Har De stadig et værelse?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!