TEST 74: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Goddag - atten - bilen - før - gange - gik - klarede - køre - lyst - med - rar - rask - tilbage - toget - ved -

1. Van welk perron vertrekt de trein? > Hvilken perron går fra?
2. Dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien. > Tretten, fjorten, femten, seksten, sytten, .
3. met de trein > med toget
4. het is me gelukt > jeg det
5. hij komt de kamer in / hij komt de kamer binnen > han ind i værelset
6. bij mooi weer > godt vejr
7. Mijn grootvader is oud maar gezond. > Min bedstefar er gammel, men .
8. zin hebben om > have til
9. uit de auto stappen > stige ud af
10. Ik wil graag een eenpersoonskamer met douche. > Jeg vil gerne have et enkeltværelse bad.
11. Hoe laat zijn we terug? > Hvornår kommer vi ?
12. Goedemorgen! / Goedendag! > Godmorgen! ! !
13. drie maal drie is negen / drie keer drie is negen > tre tre er ni
14. vroeg of laat > eller siden
15. Kunt U wat langzamer rijden, alstublieft? > Vær og kør langsommere!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!