TEST 55: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hør - besøge - busssen - fra - frisk - hilsen - kvartal - mig - senere - sent - sørger - tolvte - uden - ved - voksne -

1. Laat mij dat maar doen! > Lad gøre det!
2. van nu af aan / vanaf nu > nu af
3. hartelijke groeten > hjertelig
4. de bus nemen > tage
5. De tiende. De elfde. De twaalfde. > Den tiende. Den ellevte. Den .
6. iemand een bezoek brengen > én
7. een kwartaal > et
8. Betaalt u nu of later? > Vil De / du betale nu eller ?
9. Wij zijn met twee volwassenen en vier kinderen. > Vi er 2 og 4 børn.
10. hij zorgt voor de familie > han for familen
11. Kijk op de klok hoe laat het is! > Se engang hvor det er!
12. Ik wil graag wat vers fruit. > Jeg vil gerne have frugt.
13. zonder twijfel > tvivl
14. Er wordt gebeld. Er is iemand aan de deur. > Det ringer. Der er nogen døren.
15. Luistert u eens! / Nu moet u eens luisteren > dog efter!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!