TEST 48: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Hvad - ansøgning - bevæge - denne - forinden - hjælper - holde - interssant - solen - spørger - stadig - stemmer - stop - ulykke - vand -

1. Hartelijk dank / Bedankt voor uw sollicitatie. > Tak for Deres / din .
2. Wat is er aan de hand? / Wat is er mis? > er der galt?
3. De film was interessant. > Filmen var .
4. de zon gaat op > står op
5. een rede houden over / een toespraak houden over > en tale om
6. het heeft geen zin / het wordt niets / het wordt niks > det ikke noget
7. (geheel) gevuld met water > fuld af
8. liften > tage den på
9. Ik kan mijn rechterarm niet bewegen. > Jeg kan ikke min højre arm.
10. ik vraag me af waarom > jeg mig selv, hvorfor
11. kort daarvoor > kort
12. op deze manier > måde
13. Er was een ongeluk. > Det skete en / et uheld.
14. Is er nog een kamer vrij? > Har De et ledigt værelse?
15. Juist! / Inderdaad! > Rigtig ! / Det !

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!