TEST 39: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Forenede - Hvor - adgang - chokolade - deroppe - hver - ingen - kører - klokken - kom - mange - min - ret - spille - tale -

1. daarboven >
2. Dat is uitgesloten! > Det kan ikke komme på tale! / Det kan der ikke være om!
3. de Verenigde Naties > de Nationer
4. geen gelijk hebben > ikke have
5. een reep chocola / een chocoladereep > en plade
6. met de bal spelen > bold
7. het is kwart voor een > et kvarter i et / er et kvarter i et
8. Zij was ziek, dus kwam zij niet. > Hun ikke, fordi hun var syg.
9. ik ben aan de beurt / het is mijn beurt > det er tur
10. Ik ga met de bus / met de metro. > Jeg med bus / tunnelbane.
11. elke dag > dag
12. zo veel mogelijk > som muligt
13. Doe geen domme dingen! / Doe niet zo stom! > Lav dumheder !
14. Hoe lang is het geleden? > lang tid er det siden?
15. Gratis toegang! > Gratis !

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!