TEST 23: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Deres - Hindbær - Undskyld - aften - bedstefar - forstår - igen - koldt - mig - samtale - side - sit - spørge - sygehuset - vigtigt -

1. naar de weg vragen > om vej
2. naar het ziekenhuis brengen / vervoeren > bringe på
3. aan de rechterkant > på højre
4. Pardon? > ?
5. je haren laten knippen > lade hår klippe
6. de jas past me / de jast past > frakken passer
7. een gesprek beginnen > begynde / indlede en
8. hersteld > rask
9. het is enorm belangrijk voor mij > det er
10. Zij verstaat Chinees. > Hun kinesisk.
11. Mijn grootvader is negentig. > Min er 90.
12. Sinaasappels. Kersen. Frambozen. Aardbeien. > Appelsiner, Kirsebær. . Jordbær.
13. ik heb het koud > jeg fryser / jeg har det
14. Zou ik even Uw telefoon mogen lenen? > Må jeg få lov til at låne telefon?
15. op een avond > en

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!