TEST 16: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
aften - bliver - firs - gået - hvad - ikke - lidt - lyd - passer - slukke - spille - sulten - taxa - telefonbog - tid -

1. na enige tijd > efter nogen
2. Waar kan ik een taxi krijgen? > Hvor kan jeg finde en ?
3. kaarten > kort
4. Hebt u een telefoonboek? > Har De / du en ?
5. geen woord spreken > ikke sige en
6. Veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig. > Fyrre, halvtreds, tres, halvfjerds, .
7. een beetje geduld > tålmodighed
8. het horloge loopt niet goed > uret går forkert / uret ikke
9. het licht uitdoen > lyset
10. het wordt laat > det sent
11. hij is weg > han er væk / han er sin vej
12. Kijk wat ik voor je heb! > Se jeg har til dig!
13. ik heb geen honger > jeg er ikke
14. Ik heb niet genoeg contant geld. > Jeg har nok kontanter.
15. Ik zou graag een kaartje voor vanavond willen hebben. > Jeg vil gerne have en billet til i .

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!