TEST 13: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
dårlig - drikke - drikke - drikke - hører - lidt - lige - lyst - længe - nat - parkering - ringe - selvsagt - spille - varmere -

1. De weersvooruitzichten zijn goed / slecht. > Vejrudsigten er god / .
2. een spel spelen > et spil
3. Verboden te parkeren! > forbudt!
4. Het is warmer dan gisteren. > Det er end i går.
5. het spreekt vanzelf dat / het is vanzelfsprekend dat > det er , at
6. theedrinken > te
7. dichtbij > tæt på / i nærheden af
8. uit het kopje drinken > af koppen
9. Ik heb gehoord, dat je gaat trouwen. > Jeg , at du skal giftes.
10. Ik wil graag even telefoneren. > Jeg vil gerne telefonere / .
11. Hoe lang? > Hvor ?
12. koffie drinken > kaffe
13. Zoudt U ons een bezoek willen brengen? > Har du til at komme og hilse på os?
14. op een nacht > en
15. Kunt u mij een schijfje citroen brengen? > Jeg vil gerne have citron.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!