TEST 8: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
Heldigvis - Violet - alle - bestå - fødselsdag - filmen - hørt - medicin - sent - slut - stor - taler - tror - træt - varmt -

1. van het begin tot het eind > fra start til
2. De zending was laat. > Forsendelsen kom .
3. Gelukkig is hij vandaag hier. > er han her i dag.
4. het wordt warm > det bliver
5. hij kent meerdere talen / hij kan meerdere talen spreken > han flere sprog
6. zijn medicijn innemen > tage sin
7. ik denk het wel / ik denk van wel > ja, det jeg
8. ik heb gehoord, dat > jeg har , at
9. Ik wil graag een kleintje pils / een groot glas bier. > Jeg vil gerne have en lille / øl.
10. moe worden > blive
11. voor een examen slagen > prøven
12. Morgen ga ik naar de film. > I morgen går jeg til .
13. Op 30 juli ben ik jarig. > Min er den 30. juli.
14. Er is genoeg eten voor iedereen. > Der er nok mad til .
15. Bruin. Roze. Paars. Geel. > Brun. Lyserød. . Gul.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!