Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 87: français - néerlandais
Hier - Neem - beters - dan - hier - kerk - kerstmis - morgen - naar - nemen - reis - rondleiding - schuldig - verkeerde - warenhuis -
1. J’aime bien voyager en première classe / en première. >
Ik
graag eerste klas.
2. Où y a-t-il un grand magasin ? >
Waar is er een
?
3. à Noël >
met
4. à l’église >
in de
5. Parlez ici ! >
inspreken alstublieft!
6. Je vais rester un an dans ce pays. >
Ik zal
in dit land een jaar blijven.
7. Je voudrais partir demain matin de bonne heure. >
Ik vertrek
vroeg.
8. être coupable de >
schuld hebben aan /
zijn aan
9. Elle est plus vieille qu’elle en a l’air. >
Zij is ouder
ze eruit ziet.
10. En hiver, nous allons souvent à la montagne. >
Winters gaan we vaak
de bergen.
11. une visite de la ville >
een rondrit door de stad / een
door de stad
12. Vous allez dans la mauvaise direction. >
U loopt de
kant op.
13. prendre le train >
de trein
/ per trein reizen
14. quelque chose de mieux / de meilleur >
iets
15. Excusez-moi ! / Pardon ! >
Pardon!
me niet kwalijk.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: