Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 78: français - néerlandais
Houd - begin - gaat - grootvader - jaar - kopen - maken - meer - nooit - ontvangen - tafel - vakantie - volgende - wassen - zeventig -
1. Ma voiture n’a plus d’essence. / Je suis en panne sèche. >
Ik heb geen benzine
.
2. Tais-toi ! / Boucle-la ! / La ferme ! / Ta gueule ! >
je mond!
3. jamais de la vie >
meer
4. le lendemain >
de
dag
5. Le soleil se lève. >
de zon
op
6. Je voudrais acheter une bague. >
Ik wil een ring
.
7. Je voudrais me laver les mains. >
Ik wil graag mijn handen
.
8. recevoir une lettre >
een brief
9. en congé / en vacances >
op
10. Une table pour ... personnes, s’il vous plaît. >
Een
voor ... personen graag.
11. environ dix ans >
ongeveer tien
12. Mon grand-père est âgé mais en bonne santé. >
Mijn
is oud maar gezond.
13. tout le long / du début jusqu’à la fin >
van het
tot het eind
14. Pouvons-nous faire du feu ? >
Mogen wij een kampvuur
?
15. Quarante, cinquante, soixante, soixante-dix, quatre-vingts. >
Veertig, vijftig, zestig,
, tachtig.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: