Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 77: français - néerlandais
Duitsland - Een - Maakt - Mogen - aan - doet - groters - hulp - kamer - kwalijk - leeftijd - nachts - sigaar - stadsplattegrond - trots -
1. Dépêchez-vous ! >
u voort!
2. J’ai mal. >
het
me pijn
3. la carte d’Allemagne >
de kaart van
4. à l’âge de / âgé de >
op de
van
5. Je voudrais quelque chose de plus grand. >
Ik wil graag iets
.
6. Je vous demande pardon ! / Excusez-moi ! >
Neemt u mij niet
! / Pardon!
7. pendant la nuit / la nuit >
's
8. allumer un cigare >
een
opsteken
9. Une table pour ... personnes, s’il vous plaît. >
tafel voor ... personen graag.
10. Vous reste-t-il des chambres ? >
Is er nog een
vrij?
11. Pouvons-nous faire du feu ? >
wij een kampvuur maken?
12. appeler au secours / à l’aide >
om
roepen
13. au bout de la rue >
het einde van de straat
14. Tu peux être fier de lui. >
Je kunt
op hem zijn!
15. Avez-vous un plan de la ville ? >
Hebt u een
?
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: