Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 65: français - néerlandais
Voor - aan - dag - dagen - eerste - fles - geduld - geluk - je - niet - ontvangen - toegedaan - uitzien - zin - zonder -
1. Ca ne sert à rien. >
het heeft geen
/ het wordt niets / het wordt niks
2. Le chauffage ne marche pas. >
De verwarming doet het
.
3. le lendemain >
de volgende
4. Je ne suis pas de cet avis. >
ik ben een andere mening
/ ik heb een andere mening
5. ne pas avoir de chance >
geen
hebben
6. le premier / la première >
de / het
7. Je voudrais une salade composée sans tomates. >
Ik zou graag een gemengde salade
tomaten willen.
8. il y a quelques jours / l’autre jour >
een paar
geleden
9. une bouteille de vin >
een
wijn
10. Pourquoi pleurez-vous ? >
Waarom huil
?
11. Nous avons bien reçu votre livraison. >
Wij hebben uw zending
.
12. Du calme ! / On se calme ! >
Rustig aan! / Kalm
!
13. Jusqu’à quand ? / Jusqu’à quelle heure ? >
Tot wanneer? /
wanneer?
14. avoir de la patience >
hebben
15. avoir mauvaise mine >
er slecht
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: