Ask for a discount!

Language schools: Get 7% off!
LISA! Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern

TEST 64: français - néerlandais
Mag - alstublieft - beetje - dochter - einde - kleine - morgen - pas - pijn - probleem - trein - vanmiddag - veel - ziekenhuis - zou -

1. A demain ! > Tot !
2. J’ai mal à la tête. > mijn hoofd doet
3. sans peine / sans difficulté / sans problème > zonder
4. ce midi > / tussen de middag
5. Je ne sais pas si elle a un fils ou une fille. > Ik weet niet of zij een zoon of een heeft.
6. Je voudrais une omelette. > Ik graag een omelet willen.
7. seulement aujourd’hui > vandaag
8. bien moins / beaucoup moins > minder
9. · quelle heure part le prochain train pour ... ? > Wanneer gaat de volgende naar ... ?
10. Un reçu, s’il vous plaît. > ik een kwitantie?
11. Une coupe, s’il vous plaît ! > Knippen, !
12. une faute bénigne > een fout
13. hospitaliser > naar het brengen / vervoeren
14. Et avec ceci ? > Nog een ?
15. au bout de la rue > aan het van de straat
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: