Language schools: Get 7% off!
Kostenlosen
Sprachreisen-
Katalog
anfordern
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 53: français - néerlandais
Komt - bellen - derde - eiland - familie - graden - hardgekookt - hoesten - kant - komt - ogen - rechtdoor - telefoneren - ten - wekken -
1. S’il vous plaît, appelez-moi un taxi. >
Kunt u voor mij een taxi
?
2. S’il vous plaît, réveillez-moi à ... >
Kunt u mij om ...
?
3. Le printemps vient avant l’été. >
De lente
vóór de zomer.
4. de ses propres yeux >
met eigen
5. Je voudrais téléphoner. >
Ik wil graag even
.
6. le, la troisième >
de / het
7. Revenez me voir dans deux jours ! >
u over twee dagen terug!
8. Il fait moins cinq. / Il fait cinq degrés en dessous de zéro. >
Het is vijf
onder nul.
9. Il prend soin de sa famille. >
hij zorgt voor de
10. Allez tout droit. >
gaat u
11. un œuf dur >
een
ei
12. Vous allez dans la mauvaise direction. >
U loopt de verkeerde
op.
13. au nord de >
noorden van
14. sur une île >
op een
15. avoir de la toux >
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: